Bibian Mentel over haar nieuwe boek ‘Kut Kanker’, de Mentelity Foundation en haar leven met een handicap.

Negen keer kanker, een beenamputatie en opgegeven door de artsen. Toch straalt Olympisch Snowboardster Bibian Mentel (45) alleen maar positiviteit uit. “Het is wat het is. Ik geniet extra van alles en doe alleen dingen die ik leuk vind”, vertelt ze lachend. Mede dankzij die mentaliteit haalde ze dit jaar weer goud tijdens de Paralympics, schreef ze vorig jaar het boek ‘Kut Kanker’ en richtte ze in 2012 de Mentelity Foundation op.

De special heet Leven met een handicap, hoe is dat voor jou?

“Het grappige is dat als ik ’s ochtends mijn been aantrek, ik twee benen heb. De rest van de dag ben ik dan ook niet bezig met het feit dat ik een handicap heb. Mensen om mij heen lijken er meer op te letten dan ik. Laatst was ik bijvoorbeeld ergens voor een presentatie en bij de deur was een ieniemienie drempeltje. Toen zei iemand; ‘Pas op hoor!’. Dan ben ik wel benieuwd of hij dat bij iedereen zegt. Uit de manier waarop hij het zei, maakte ik op van niet.”

Grappig dat mensen dat zo benoemen, terwijl je topsporter bent. Een drempeltje moet lukken. Heeft de reactie van mensen je wel eens belemmerd?

Lachend: “Ja, dat lijkt mij dus ook. De reactie van mensen heeft mij persoonlijk niet beïnvloed. Ik ben vanaf het begin open geweest over mijn amputatie. Op de dag dat ik uit het ziekenhuis kwam dacht ik: ik heb hier niet om gevraagd en heb liever twee benen, maar het is wat het is. Ik moet hiermee om leren gaan, dus de mensen om mij heen ook. Jammer als ze dat niet kunnen, maar dat is dan niet mijn probleem. De volgende dag ben ik met korte broek in de zon gaan zitten. Ik woonde op een woonboot toen, dus er kwamen veel mensen langs. Zo ontstond een gesprek en kinderen vroegen vaak of ze het even mochten aanraken. Dat vond ik niet erg of raar, ik vond het aandoenlijk en logisch. Het was toen nog zo’n zilveren stang die niet was afgewerkt, echt een piratenpoot. Dat is toch ook gek en ziet er anders uit? Natuurlijk mochten kinderen het dan even aanraken.”

Wel knap dat je al zo snel open erover was.

“Met verbergen heb ik alleen mezelf. Natuurlijk zijn er momenten dat ik onzeker was. Ik was vooral in het begin heel erg gefixeerd op mensen hun ogen. Kijken ze naar mij of naar mijn been? Toen ik mijn man Edwin leerde kennen, gingen we naar een kroegje waar vrienden van hem waren. Het was warm weer dus ik had een jurkje aan. Een van zijn vrienden zei achteraf: ‘Jezus man, je had me helemaal niet verteld dat ze een been mist.’ Dus Edwin zei: ‘Uh, had ik dan ook moeten vertellen over de moedervlek op haar rechter bil? Ik ben verliefd geworden op haar en niet op haar been.’ Later heeft die vriend zijn excuses aangeboden, het overviel hem en hij vond het confronterend. Logisch, vind ik.”

Heb je ooit getwijfeld aan opnieuw gaan snowboarden na je amputatie?

“Twijfel is er nooit geweest. Tijdens mijn laatste jaar valide snowboarden mocht ik als eerste vrouw naar de X-games in Amerika. ’s Avonds kwam er een jongen naast me zitten, die stroopte zijn snowboardbroek op en klikte zijn prothese eraf. Mijn mond viel open! Ik had hem ’s middags hartstikke lekker zien snowboarden. We hebben het gehad over wat hem was overkomen. Een klein jaar later werd ik zelf geamputeerd. Dankzij die ontmoeting heb ik nooit getwijfeld of ik weer zou snowboarden. Binnen vier maanden na mijn amputatie stond ik weer op een snowboard en na zeven maanden werd ik Nederlands kampioen.”

Was het een keuze, de amputatie?

“De arts zei: hoeveel is je leven je waard? We kunnen opereren zoals we gepland hebben, maar met risico’s dat je uitzaaiingen krijgt op plekken waar we niet kunnen opereren en aangezien het een tumor is die niet reageert of chemo’s of bestralingen, overleef je dat dan niet. Amputatie betekent de grootste kans op overleven. Dat was dus een keuze, maar ook weer niet. Toen ik de keuze had gemaakt, ben ik me gaan focussen op de toekomst. Anderhalf uur later stond er een specialist naast mijn bed, in mijn beleving een soort Einstein met ontplofte krullen en een lange doktersjas, met een paar benen onder zijn arm en hij vroeg: nou wat wil je weten?”

Kun je met je onderbeenprothese alles?

Terwijl ze haar prothesebeen optilt en haar prothese laat zien: “Kijk; mijn enkel zit vast maar mijn tenen zijn soepel, daardoor kan ik bewegen. Ik kan dus inderdaad alles, maar wandelen of slenteren door de stad kost me wel meer energie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit met een onderbeen prothese 30 tot 40% meer energie kost dan bij iemand met twee benen. Ik kan ook gewoon hakken dragen. Ik draag ze bijna nooit, maar ik kan mijn enkel kan ik vijf of zes centimeter omhoog instellen. Als ik ze aan heb leun ik meer op mijn prothesebeen; daar krijg ik geen pijn in mijn voet. Haha!”

Vorig jaar heb je het boek ‘Kut Kanker’ geschreven, kun je daar wat meer over vertellen?

“Mijn zoon zei vorig jaar; er is zoveel gebeurd de afgelopen jaren, is het niet weer eens tijd voor een nieuwe boek? Daar reageerden we toen een beetje lacherig op. Grappig genoeg kreeg ik diezelfde week een mail met uitnodiging voor een kop koffie van Bianca Krijnen-Splint, van Uitgeverij Splint Media in Kortenhoef. Drie dagen later hadden we een gesprek en aan het eind van de week hadden we besloten wanneer en hoe ik een boek zou gaan schrijven. Ik werd helaas weer ziek tijdens het schrijven, dus terwijl ik misselijk en halfdood op de bank lag, kwam de ghostwriter langs. We hebben toen veel gesprekken gevoerd en dat was eigenlijk een mooi proces.”

De titel is best choquerend, ‘Kut Kanker’, hoe is dat zo gekomen?

“Ik ben een Gooise en opgevoed met niet vloeken. Ik neem dan ook niet snel het woord kut in mijn mond. Maar als ik het met andere kankerpatiënten heb over kanker, hebben we het altijd over die ‘Kut Kanker’. En als iemand het mag zeggen ben ik het, vind ik zelf. Het is ook gewoon wat het is. Het boek gaat door waar mijn eerste boek, ‘Met mijn goede been uit bed’, ophoudt. Deze liep tot aan de Spelen in Sotsji. We pakken een stukje terug naar de Spelen in Sotsji en hebben het over de afgelopen vier jaar. Daar is best veel gebeurd. Medisch gezien, maar ook met de stichting.”

Want hoe gaat het met de Mentelity Foundation?

“Goed! Er komen steeds meer kinderen die we iedere zondag les geven op de baan in Zoetermeer. We hebben tegenwoordig ook vaste leraren, dan gaan de lessen ook door als ik niet in Nederland ben. Als ik er wel ben, sta ik iedere zondag op de baan. Ik vind het heerlijk om te zien. In het begin was de leeftijd van de groep begin twintig, maar tegenwoordig zijn ze wat jonger en dat is meer onze doelgroep. Bij hen kunnen we nog zoveel toevoegen.”

Op de Paralympics in Korea dit jaar haalde je goud, hoe was dat?

“Ik ging daarheen zonder verwachting, dus het was echt fantastisch. Ik heb natuurlijk een voorbereiding van niets gehad door mijn ziekte. Maar ik kon wel terugvallen op mijn ervaring. Ik snowboard al 25 jaar en mijn grootste concurrenten zijn 22 en 24. Ik snowboard al langer dan zij leven. Ik weet absoluut wat ik kan. Ik werd 3 januari nog geopereerd aan mijn nekwervel en eind januari vloog ik alweer naar The Big White in Canada. Daar was een Worldcup en zo kon ik langzaamaan weer wennen aan het gevoel van de sneeuw en de eerste meters maken. Toen we weer thuis waren heb ik thuis tien dagen lang in de gym kracht- en conditietraining gedaan. Daarna zijn we naar Finland gegaan, waar we heel effectief trainden. Twee uur in de ochtend en twee uur in de avond. Ik heb echt getraind op de tijd van een run, 1,5 minuut, daardoor heb ik het gehaald in Korea. Als de run 5 minuten had geduurd, had ik het niet gehaald.”

Ben je inmiddels helemaal beter?

“Momenteel ben ik nog steeds aan het revalideren. Voor zo’n operatie als de mijne stellen ze normaal drie tot zes maanden revalideren en ik zit net in mijn vierde maand. Ik train om mijn nekspieren sterker te maken, daarom was ik vanmorgen ook bij de fysio. Ik ga twee keer per week naar de fysio en daarnaast train ik drie of vier keer per week. Wat betreft de kanker; ik word goed gecontroleerd. De hoop dat het nooit meer terug komt ben ik helaas kwijt. Ik ben inmiddels al 18 jaar bezig met kanker en ik hoop op een wonder, maar ik ben niet voor niets opgegeven twee jaar geleden. Ergens zweven nog cellen en wanneer ze opspelen weet ik niet.”

Geniet je daardoor meer van het leven?

“Ik ben me denk ik veel bewuster van mijn leven dan een andere vrouw van mijn leeftijd. Maar ik ben dan ook een paar keer flink met mijn neus op te feiten gedrukt. Ik geniet van kleine dingen; mooi weer, de eekhoorn die door de tuin rent. Edwin en ik hebben niet voor niets allebei ‘Carpe Diem’ (pluk de dag) op onze pols laten tatoeëren. We hebben dat gedaan vlak nadat ik was opgegeven, twee jaar geleden. Edwin was zijn trouwring kwijt, die uiteindelijk gewoon op de plek lag waar ik zei, en zei toen dat hij mij voor eeuwig bij zich wilde hebben in de vorm van een tatoeage. Dat vond ik wel even wennen, want ik vond tatoeages niet echt iets voor mij. Uiteindelijk besloten we mijn lijfspreuk ‘Carpe diem’ te laten tatoeëren.”