Brookhuis Taxivervoer heeft vijftien chauffeurs in dienst met een arbeidshandicap, zoals autisme, ADHD of PPDNOS. Drie vragen aan operationeel directeur Hans Landman.

Waarom hebben jullie chauffeurs met een arbeidshandicap in dienst?

‘Ons bedrijf heeft een sterk regionale binding. We willen onze markt niet alleen bedienen, maar ook onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. De opleiding tot chauffeur is goed haalbaar voor veel verschillende doelgroepen en de omvang van ons bedrijf leent zich ervoor om extra begeleiding te kunnen bieden. We hebben 450 mensen in dienst, onder wie zo’n vijftien met een Wajongachtergrond. Onze P&O-afdeling is groot en we hebben een interne jobcoach. We vervoeren veel mensen die zelf ook belemmeringen bij hun dagelijkse activiteiten ondervinden, zoals ouderen. Onze chauffeurs met een arbeidshandicap kunnen hierdoor vaak extra betrokkenheid tonen.’

Welk traject volgen medewerkers met een arbeidshandicap binnen jullie bedrijf?

‘We stoppen veel tijd en energie in de selectieprocedure, zodat we van beide kanten weten dat het een goede match wordt. Dit doen we zo zorgvuldig om te voorkomen dat zo’n medewerker voor teleurstellingen komt te staan als het niks wordt. We laten ze meteen meerijden, zodat ze kunnen ervaren hoe het is om chauffeur te zijn en bij twijfels gaan we nog eens in gesprek. Eenmaal aangenomen, krijgen ze een mentorchauffeur en een coach. Bij de planning houden we er rekening mee dat we mensen met een Wajongachtergrond op de juiste ritten inzetten. Voor velen zijn lange ritten fijn, dan krijgen ze niet te veel impulsen in korte tijd.’

Hoe zijn de praktijkervaringen van de chauffeurs?

‘De medewerkers van de Brookhuisgroep zijn trots dat we onze maatschappelijke rol proactief oppakken. Bij onze chauffeurs met een arbeidshandicap merk je dat hun zelfvertrouwen een boost krijgt. We proberen zo laagdrempelig mogelijk te zijn, je kunt bij ons altijd binnenstappen, ook bij de directie. Op vrijdagmiddag drinken we met alle chauffeurs een biertje, onze Wajongchauffeurs worden volledig opgenomen in de groep. Ze zien heus wel dat ze meer begeleiding nodig hebben dan anderen, maar ze krijgen geen etiket opgeplakt. Ze voelen zich veilig en gewaardeerd.’