Frits Boer is emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam. Jarenlang deed hij onder meer onderzoek naar angststoornissen bij kinderen.

 

Het lijkt of elk kind tegenwoordig wel wat heeft, van ADHD tot angststoornissen. Is dat zo?

‘Bevolkingsonderzoek wijst uit dat stoornissen niet vaker voorkomen dan bijvoorbeeld twintig jaar geleden. Wel wordt er vaker hulp gevraagd en aangeboden. Het belangrijkste is dat kinderen niet onder- of overgediagnostiseerd worden. Niet overal hoeft een stempeltje op, maar problemen moet je ook niet bagatelliseren.’

Wanneer kun je spreken van een angststoornis?

‘Iets is pas een stoornis als het ernstige problemen en beperkingen oplevert. In het boek Kompas Kinder- en Jeugdpsychiatrie, dat ik samen met Frank Verhulst schreef, wordt uitgelegd hoe je het best kunt laveren tussen ‘hier moeten we eens goed naar kijken’ en ‘ach, zo’n kind wordt vanzelf groot’. Het boek is zowel bedoeld voor ouders als mensen in de jeugdzorg en het onderwijs. Eigenlijk voor iedereen die met kinderen te maken heeft.’

Waar komt uw interesse voor angsten en fobieën vandaan?

‘Angst bevindt zich juist in het gebied dat bij de normale ontwikkeling hoort. Het is een nuttige emotie. Het helpt je om goed te reageren in het geval van dreigend gevaar. Als je op straat een niet aangelijnde pitbull tegenkomt, weet een kind dat het er niet op af moet rennen. Daarom is angst juist je vriend. Het wordt je vijand als je angst ervaart, terwijl er helemaal geen gevaar is. Bijvoorbeeld als je alleen maar een pitbull op tv ziet. Maar over het algemeen helpt
angst ons het juiste te doen.’