Het Ronald McDonald Kinderfonds heeft over het jaar 2014 onderzoek gedaan naar de ideale vakantie. Vooral de ‘ontzorging’ wordt zeer gewaardeerd.

Gezinnen waarvan een van de kinderen een beperking heeft stellen andere eisen aan hun vakantiehuisje dan ‘gewone’ gezinnen. Niet de afstand naar het strand is van belang, maar wel dat de bedden hoge zijkanten hebben. Dan vallen kinderen er immers minder snel uit. Keukenkastjes die goed zijn afgesloten zijn, staan bij alle ouders hoog op de verlanglijst. Ouders met een kind met een beperking letten extra of een ziekenhuis in de buurt is en of de vloeren egaal genoeg zijn om de infuuspaal op rond te rollen.

Toch kiezen lang niet alle gezinnen voor een aangepaste vakantie. Slechts dertig procent van de 276 ondervraagden kiest specifiek voor een bestemming, die is ingesteld op gasten met een beperking. Ook al betekent dit dat de ouders een flinke lading aan hulpmiddelen moeten meenemen en van tevoren alles goed moeten doorspreken met het vakantiepark. Waarom al deze moeite? Veel ouders geven als antwoord dat een aangepaste vakantie ‘te confronterend’ is. Het is iets waar zij ‘naartoe moeten groeien’.

‘Je moet toch een toekomstbeeld loslaten’, zegt Evelyn Visser tegen het Kinderfonds. Haar dochter Pip heeft een progressieve spierziekte en is afhankelijk van haar elektrische rolstoel. ‘Ook wil je rekening houden met je andere kind, die niet gehandicapt is, en zijn vakantiewensen.’

Een testweekendje-weg op een aangepaste locatie zorgt er meestal voor dat ouders alsnog overstag gaan. De respondenten zijn vooral enthousiast vanwege de ‘ontzorging’, het begrip en de doordachte huisaanpassingen.