John Geven (45) was 19 jaar toen hij bij een ongeluk zijn nek brak. Sindsdien leeft hij met een hoge dwarslaesie. Hij woont samen met zijn vrouw Nicole en pleegzoon Niels en werkt als zelfstandig fotograaf met eigen studiocomplex.

‘Eigenlijk ben ik wijnhandelaar. Mijn ouders hadden een slijterij, die daarvoor van mijn opa was. Om de zaak over te kunnen nemen, ging ik detailhandel studeren. Die studie heb ik nooit afgemaakt. In de zomer van 1989 dook ik in een ondiep openluchtzwembad en brak mijn nek. Nu kan ik alleen nog mijn hoofd en twee spieren in iedere arm bewegen. Anderhalf jaar zat ik in een revalidatiecentrum. Daarna ben ik alsnog, met de nodige aanpassingen, in de wijnhandel gaan werken. Ik heb de zaak zelfs overgenomen, maar drie jaar later weer verkocht. Ik kreeg een passie voor fotografie. ‘Ga doen wat je leuk vindt, verkoop de toko’, zei mijn vader.’

Zonder handen

‘Maar hoe kon ik fotograaf worden zonder enig gevoel in mijn handen? Via via kwam ik bij de Technische Universiteit van Eindhoven terecht. Drie jaar lang werkten 45 studenten van de faculteit Werktuigbouwkunde aan een aangepaste fotostudio voor mij, als studieproject. Ze maakten een soort robotstatief met een camera voorop, waarmee ik zonder handen kon fotograferen en ze realiseerden een elektronisch verstuurbaar plafondsysteem. Er werken nu tien mensen voor me, ik heb drie studio’s van 75 m² en een van 660 m², waarin we zelfs vrachtwagens en zweefvliegtuigen kunnen fotograferen. Ik werk voor bedrijven als KLM en Philips. Dat alles terwijl ik nog nooit een camera heb vastgehouden. Een beperking zit vooral in je hoofd.’

Wonen

‘Vier maanden na thuiskomst uit het revalidatiecentrum kon ik mijn eigen woning betrekken: een speciaal voor mij verbouwd appartement naast het huis van mijn ouders. Ik woon er nog steeds, inmiddels met mijn vrouw Nicole en Niels, het zoontje van mijn zus, die vijf jaar geleden overleed. Alleen als je goed kijkt zie je dat mijn woning aangepast is; het meubilair staat bijvoorbeeld zo veel mogelijk tegen de wanden, zodat ik in het midden bewegingsvrijheid heb. Het huis is gelijkvloers en er zitten uitsparingen voor mijn rolstoel onder de wastafel en het fornuis. Daarnaast heb ik een bed dat omhoog en omlaag kan en een lift om vanuit bed in mijn rolstoel te komen en vice versa. Twee keer per dag krijg ik hulp van mensen van de thuiszorg, daarnaast heb ik het geluk dat mijn vrouw en ouders veel voor me kunnen doen.’