Het verschil tussen zwakbegaafdheid en een verstandelijke beperking is niet altijd even duidelijk.

Momenteel wordt in Nederland de volgende norm gehanteerd: wie een IQ heeft tussen de 70 en 85 is zwakbegaafd. Een IQ tussen de 50 en 70 wijst op een verstandelijke beperking.Echter, het IQ zegt alleen iets over cognitieve vaardigheden; over welke kennis beschikt iemand? Maar de mate van ‘adaptieve vaardigheden’ zijn eveneens relevant. Onder dergelijke vaardigheden horen lezen, schrijven en rekenen, maar ook sociale en praktische vaardigheden.

De mate van beperking kan erg verschillen en wordt grofweg onderverdeeld in lichte, matige, ernstige en diepe verstandelijke beperkingen. In de twee laatste categorieën is het IQ lager dan 50. Er zijn geen harde cijfers beschikbaar van het aantal Nederlanders met een verstandelijke beperking. Het Sociaal Cultureel Planbureau doet wel een schatting: minder dan 10 procent van de Nederlanders zou een verstandelijke beperking hebben. Die schatting wordt gebaseerd op cijfers van zorginstellingen en -verleners.

Op zwakbegaafdheid is iets meer zicht. Zo schat het CBS dat 2,2 miljoen Nederlanders een IQ tussen de 70 en 85 heeft. Naar schatting is de meerderheid van de zwakbegaafde jongeren in beperkte mate sociaal redzaam. Dit betekent dat zij hulp nodig hebben bij het dagelijks functioneren, bijvoorbeeld met geldzaken en huishoudelijke taken. Voor volwassenen ligt dit percentage vermoedelijk lager, al is niet bekend hoeveel lager. Overigens kunnen zowel mensen met een verstandelijke beperking als zwakbegaafden gebruik maken van de AWBZ-zorg (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Aangezien de samenleving steeds complexer wordt, verwacht men dat de behoefte aan deze zorg zal toenemen, aldus het Kennisplein Gehandicaptensector.